Spring naar inhoud

Statuten

BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel 1.
In deze statuten wordt onder de volgende begrippen verstaan:
“PME”: de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Metalektro, statutair gevestigd te Amsterdam;
“SPTN”: de stichting: Stichting Pensioenfonds Thales Nederland, statutair gevestigd te Hengelo(Overijssel), kantoorhoudende te 7554 RR Hengelo(Overijssel), Zuidelijke Havenweg 40, ingeschreven in het handelsregister onder nummer 41027030;
“Thales Nederland B.V.”: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid: Thales Nederland B.V., statutair gevestigd te Hengelo(Overijssel), en die ondernemingen in Nederland waarvoor Thales Nederland B.V. de arbeidsvoorwaarden vaststelt, dan wel die onderneming die onder welke vorm of naam ook het bedrijf van voornoemde vennootschap voortzet.

NAAM EN ZETEL

Artikel 2.
De vereniging draagt de naam: VERENIGING VAN (VROEG)GEPENSIONEERDEN VAN DE STICHTING PENSIOENFONDS THALES NEDERLAND.
Zij is gevestigd te Hengelo(Overijssel).

DOEL

Artikel 3.
De vereniging heeft ten doel:
a. het behartigen van de belangen van haar leden door het onderhouden van betrekkingen met SPTN,
b. het bevorderen en het middellijk of onmiddellijk uitoefenen van medezeggenschap in het bestuur van SPTN;
c. het geven van voorlichting aan haar leden op het gebied van (vroeg)pensioenen.
alsmede al hetgeen met het vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

GELDMIDDELEN. FACULTATIEVE JAARLIJKSE BIJDRAGE.

Artikel 4.
1. De geldmiddelen van de vereniging bestaan uit:
– eventuele bijdragen van de leden;
– verkrijgingen ingevolge erfstellingen, legaten en schenkingen;
– andere baten en/of ontvangsten.
2. De leden zijn gehouden tot het betalen van een jaarlijkse bijdrage, indien en voor zover de algemene ledenvergadering daartoe beslist met een meerderheid van ten minste twee /derde van de geldig uitgebrachte stemmen. De hoogte van de jaarlijkse bijdrage wordt vastgesteld door de algemene vergadering.
3. Het bestuur is bevoegd in bijzondere gevallen gehele of gedeeltelijke ontheffing van de verplichting tot het betalen van de bijdrage te verlenen.
4. Wanneer het lidmaatschap in de loop van een boekjaar eindigt, blijft niettemin de jaarlijkse bijdrage voor het gehele jaar waarin het lidmaatschap eindigt, verschuldigd.

LEDEN

Artikel 5.
1. Leden van de vereniging kunnen zijn natuurlijke personen welke op enigerlei wijze te kennen hebben gegeven lid van de vereniging te willen worden. Zij behoren tot een der navolgende groepen van personen:
a. (vroeg)gepensioneerden, die hun (vroeg)pensioen ontvangen van SPTN, of
b. degenen, die vanuit een dienstverband met Thales Nederland B.V. of diens rechtsvoorganger(s) zijn toegetreden tot de SUM- of TOP-regeling van PME;
c. SUM-genietenden, welke niet enige aanvulling op de SUM-uitkering ontvangen van het SPTN, of
d. nabestaanden van overleden werknemer(ster)s, die een uitkering ontvangen van het SPTN, of
e. ex-werknemers van Thales Nederland B.V. of diens rechtsvoorganger(s), die een voortgezet deelnemerschap hebben met SPTN en in afwachting zijn van een SUM- of TOP-uitkering van PME dan wel een vroegpensioen.
f. ex-werknemers van Thales Nederland B.V. of diens rechtsvoorganger(s) van wie de arbeidsovereenkomst met de vennootschap op grond van een bijzondere regeling is beëindigd, vóórdat de keuze is gemaakt om het pensioen te laten ingaan.
2. Het bestuur houdt een register waarin namen en adressen van alle leden zijn opgenomen.

TOELATING

Artikel 6.
Alle personen behorende tot de categorieën als gesteld in artikel 5 worden toegelaten als lid na ontvangst door het bestuur van hun schriftelijke verzoek daartoe, met dien verstande dat wat de personen onder letter e. betreft deze slechts worden toegelaten na hun schriftelijke verzoek om als lid te worden toegelaten en voorafgaande goedkeuring door het bestuur.

EINDE LIDMAATSCHAP

Artikel 7.
1. Het lidmaatschap eindigt:
– door opzegging door het lid;
– door het overlijden van het lid;
– door opzegging door de vereniging;
– door ontzetting uit het lidmaatschap.
Opzegging door de vereniging kan geschieden indien het bestuur van mening is dat een verder lidmaatschap van de vereniging ongewenst is.
2. Opzegging van het lidmaatschap door het lid of de vereniging kan op elk gewenst moment en treedt in werking na ontvangst van een schriftelijke opzegging door het bestuur van het desbetreffende lid. Aan opzegging kunnen geen financiële gevolgen worden verbonden.
3. Ontzetting uit het lidmaatschap kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, Documenten of besluiten van de vereniging handelt of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.
De ontzetting geschiedt door het bestuur, dat het betrokken lid ten spoedigste van het besluit, met opgave van reden(en), in kennis stelt.
De betrokkene is bevoegd binnen één maand na ontvangst van de kennisgeving in beroep te gaan bij de algemene vergadering, welk beroep op de eerstvolgende ledenvergadering zal worden behandeld.
Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst.
Een geschorst lid heeft toegang tot de vergadering waarin het besluit tot schorsing wordt behandeld, en is bevoegd daarover het woord te voeren.
Het besluit der algemene vergadering tot ontzetting zal moeten worden genomen met ten minste twee/derde van het aantal uitgebrachte geldige stemmen.

BESTUUR

Artikel 8.
1. Het bestuur bestaat uit ten minste drie (3) en ten hoogste vijf (5) leden. Bestuursleden worden door de ledenvergadering uit de leden benoemd met inachtneming van het hierna in dit artikel bepaalde.
2. De benoeming van de bestuursleden geschiedt uit één of meer bindende voordrachten, zulks onverminderd het in lid 3 bepaalde.
Tot het opmaken van zulk een voordracht zijn bevoegd zowel het bestuur als ten minste tien leden.
De voordracht van het bestuur wordt bij de oproeping voor de vergadering medegedeeld. Een voordracht door tien of meer leden moet vijf dagen voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij het bestuur worden ingediend.
3. Aan elke voordracht kan het bindend karakter worden ontnomen door een met ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van de algemene vergadering, waarin ten minste twee/derde van de leden vertegenwoordigd is.
4. Is niet binnen twee maanden na het openvallen van een vacature een voordracht opgemaakt, of besluit de algemene vergadering overeenkomstig het lid 3 van dit artikel de opgemaakte voordrachten het bindend karakter te ontnemen dan is de algemene vergadering vrij in de benoeming.
5. Indien er meer dan één bindende voordracht is, geschiedt de benoeming uit die voordrachten.

EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP PERIODIEK LIDMAATSCHAP SCHORSING

Artikel 9.
1. Elk bestuurslid, ook wanneer hij voor een bepaalde tijd is benoemd, kan te allen tijde door de algemene vergadering worden ontslagen of geschorst.
Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag, eindigt door verloop van die termijn.
2. Elk bestuurslid treedt uiterlijk drie (3) jaar na zijn benoeming af, volgens een door het bestuur op te maken rooster van aftreding. Het aldus afgetreden bestuurslid is terstond herkiesbaar. Degene die in een tussentijdse vacature wordt benoemd, neemt op het rooster van aftreding de plaats van zijn voorganger in.
3. Het bestuurslidmaatschap eindigt door ontslag en door aftreden als hiervoor in lid 1 en lid 2 bedoeld, alsmede bij:
a. het eindigen van het lidmaatschap van het bestuurslid van de vereniging;
b. opzegging door het bestuurslid.

BESTUURSFUNCTIES EN BESLUITVORMING VAN HET BESTUUR

Artikel 10.
1. Het bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter en een secretaris aan.
Het bestuur kan voor de voorzitter en de secretaris uit zijn midden een vervanger aanwijzen. Een bestuurslid kan op een zelfde moment zowel de functie van voorzitter als de functie van secretaris bekleden.
2. Van het verhandelde in elke bestuursvergadering worden door de secretaris notulen opgemaakt, die door het bestuur in de eerstvolgende bestuursvergadering worden vastgesteld, en ten blijke daarvan worden ondertekend door de voorzitter en secretaris.
Het oordeel van de voorzitter omtrent de totstandkoming en de inhoud van een bestuursbesluit is niet beslissend.
3. Bij huishoudelijk reglement kunnen nadere regelen aangaande de vergaderingen van‑ en de besluitvorming door het bestuur worden gegeven.
4. Indien de stemmen staken over een voorstel niet rakende verkiezing van personen, dan is het verworpen.
5. Alle stemmingen geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of een der stemgerechtigden zulks voor de stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes. Besluitvorming bij acclamatie is mogelijk, tenzij een stemgerechtigde hoofdelijke stemming verlangt.
6. Een eenstemmig besluit van alle leden, ook al zijn dezen niet in een vergadering bijeen, heeft, mits met voorkennis van het bestuur genomen, dezelfde kracht als een besluit van de algemene vergadering.
7. Zolang in een bestuursvergadering alle bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen, mits met algemene stemmen, omtrent alle aan de orde komende onderwerpen ook al heeft geen oproeping plaatsgehad of is deze niet op de voorgeschreven wijze geschied of is enig ander voorschrift omtrent het oproepen of houden van bestuursvergaderingen of een daarmee verband houdende formaliteit niet in acht genomen.

BESTUURSTAAK EN VERTEGENWOORDIGING

Artikel 11.
1. Het bestuur heeft tot taak het besturen van de vereniging.
2. Indien het aantal bestuursleden minder is dan drie (3), blijft het bestuur bevoegd.
Ingeval in het bestuur een vacature ontstaat wordt in vervulling van de opengevallen plaats evenwel zo spoedig mogelijk voorzien.
3. Het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taak te doen uitvoeren door commissies die door het bestuur worden benoemd.
4. De vereniging wordt vertegenwoordigd door het bestuur. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan twee (2) gezamenlijk handelende bestuursleden.

JAARVERSLAGREKENING EN VERANTWOORDING

Artikel 12.
1. Het boekjaar van de vereniging loopt van één januari tot en met éénendertig december.
2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging zodanige aantekeningen te houden, dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
3. Het bestuur brengt op een algemene vergadering, te houden binnen zes maanden na afloop van het boekjaar, behoudens verlenging van deze termijn door de algemene vergadering, zijn jaarverslag uit en doet, onder overlegging van een balans en een staat van baten en lasten, rekening en verantwoording over zijn in het afgelopen jaar gevoerde bestuur.
Na verloop van deze termijn kan ieder lid deze rekening en verantwoording in rechte van het bestuur vorderen.
4. De algemene vergadering benoemt jaarlijks uit de stemgerechtigde leden een commissie van ten minste twee personen, die geen deel mogen uitmaken van het bestuur.
De commissie onderzoekt de rekening en verantwoording van het bestuur en brengt aan de algemene vergadering verslag uit van haar bevindingen.
Vereist het onderzoek van de rekening en verantwoording bijzondere boekhoudkundige kennis, dan kan de commissie zich door een deskundige doen bijstaan.
5. Het bestuur is verplicht aan de commissie alle door haar gewenste inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te vertonen en inzage in de boeken en bescheiden der vereniging te geven.
6. De last van de commissie kan te allen tijde door de algemene vergadering worden herroepen, doch slechts door de benoeming van een andere commissie.
7. Goedkeuring door de in artikel 13 genoemde vergadering van het jaarverslag en de rekening en verantwoording strekt het bestuur niet tot décharge. Décharge van het bestuur kan bij afzonderlijk besluit van de algemene vergadering worden verleend.
8. Indien de goedkeuring van de rekening en verantwoording door de algemene vergadering wordt geweigerd, neemt het bestuur al die maatregelen welke door haar in het belang van de vereniging nodig worden geacht.
9. Het bestuur is verplicht de bescheiden als bedoeld in de leden 2 en 3 ten minste zeven jaren te bewaren.

ALGEMENE VERGADERINGEN

Artikel 13.
1. Aan de algemene vergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan het bestuur zijn opgedragen.
2. Jaarlijks, uiterlijk zes maanden na afloop van het boekjaar, wordt een algemene vergadering – de jaarvergadering – gehouden.
In deze vergadering komen onder meer aan de orde:
a. het jaarverslag en de rekening en verantwoording als bedoeld in artikel 12 met het verslag van de aldaar bedoelde commissie;
b. de benoeming van de in artikel 12 bedoelde commissie voor het lopende boekjaar;
c. voorziening in eventuele vacatures;
d. voorstellen van het bestuur of de leden, aangekondigd bij de oproeping voor de vergadering;
3. Andere algemene vergaderingen worden gehouden zo dikwijls het bestuur dit wenselijk acht.
4. Voorts is het bestuur op schriftelijk verzoek van ten minste een zodanig aantal leden als bevoegd is tot het uitbrengen van één/tiende gedeelte der stemmen, verplicht een algemene vergadering bijeen te roepen op een termijn van niet langer dan vier weken na de indiening van het verzoek.
Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg is gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan, door oproeping overeenkomstig het bepaalde in artikel 14 of bij advertentie in een ter plaatste waar de vereniging is gevestigd veel gelezen landelijk verspreid dagblad.

BIJEENROEPING ALGEMENE VERGADERING

Artikel 14.
1. De algemene vergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur. De oproeping geschiedt schriftelijk aan de adressen van de leden volgens het ledenregister bedoeld in artikel 5 lid 2.
De termijn voor de oproeping bedraagt ten minste zeven dagen.
2. Bij de oproeping worden de te behandelen onderwerpen vermeld, onverminderd het bepaalde in artikel 17.

TOEGANG EN STEMRECHT

Artikel 15.
1. Toegang tot de algemene vergaderingen hebben alle leden van de vereniging. Geen toegang hebben geschorste leden en geschorste bestuursleden met dien verstande dat een geschorst lid toegang heeft tot de vergadering waarin het besluit tot schorsing wordt behandeld. Hij heeft tevens het recht in die vergadering het woord te voeren.
2. Over de toelating van andere dan de in lid 1 bedoelde personen beslist de vergadering.
3. Alle leden van de vergadering, die niet geschorst zijn, hebben in de vergadering één stem.
4. Een lid kan zijn stem door een schriftelijk daartoe gemachtigd ander lid uitbrengen, met dien verstande dat een lid voor niet meer dan één lid als gemachtigde kan optreden.

VOORZITTERSCHAP

NOTULEN

Artikel 16.
1. De algemene vergaderingen worden geleid door de voorzitter der vereniging of zijn plaatsvervanger in het bestuur, tenzij de vergadering is bijeengeroepen op de wijze als bedoeld in artikel 13 lid 4, tweede volzin. In het geval als bedoeld in artikel 13 lid 4, tweede volzin kunnen verzoekers anderen dan bestuursleden belasten met de leiding van de vergadering en met het opstellen van de notulen.
Ontbreekt de voorzitter of diens plaatsvervanger, dan treedt één der andere bestuursleden, door het bestuur aan te wijzen, als voorzitter op.
Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan voorziet de vergadering daarin zelve.
2. Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris of een ander door de voorzitter daartoe aangewezen persoon notulen gemaakt, die in de eerstvolgende vergadering worden vastgesteld, en ten blijke daarvan alsdan door de voorzitter en de notulist worden ondertekend. Zij die de vergadering bijeen roepen kunnen een notarieel proces-verbaal van het verhandelde doen opmaken. De inhoud van de notulen of het proces-verbaal wordt ter kennis van de leden gebracht.

BESLUITVORMING VAN DE ALGEMENE VERGADERING

Artikel 17.
1. Voorzover de statuten of de wet niet anders bepalen, worden alle besluiten genomen met gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen (onder het begrip: “gewone meerderheid” wordt verstaan: ten minste de kleinst mogelijke meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen, zijnde de helft plus één of meer van de van de uitgebrachte stemmen).
2. Blanco en ongeldige stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.3. Het ter algemene vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter, dat door de vergadering een besluit is genomen, is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een besluit voor zover gestemd werd over een niet schriftelijk voorstel.
4. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het in het derde lid bedoelde oordeel de juistheid daarvan betwist, dan vindt de nieuwe stemming plaats, wanneer de meerderheid van de vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk geschiedde, een stemgerechtigde dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
5. Alle stemmingen geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht, of een der stemgerechtigden zulks voor de stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes. Besluitvorming bij acclamatie is mogelijk, tenzij een stemgerechtigde hoofdelijke stemming verlangt.
6. Indien bij stemming over personen niemand de volstrekte meerderheid der uitgebrachte stemmen heeft behaald, heeft een tweede stemming, of ingeval van bindende voordracht, een tweede stemming tussen de voorgedragen kandidaten, plaats. Heeft alsdan wederom niemand de gewone meerderheid behaald, dan vinden herstemmingen plaats totdat een persoon de gewone meerderheid heeft verkregen, of totdat tussen twee personen is gestemd en de stemmen staken. Bij gemelde herstemmingen (waaronder niet is begrepen de tweede stemming) wordt telkens gestemd tussen de personen op wie bij de voorgaande stemming is gestemd, evenwel uitgezonderd de persoon, op wie bij de vorige stemming het geringste aantal stemmen is uitgebracht. Is bij die voorafgaande stemming het minste aantal stemmen op meer dan een persoon uitgebracht, dan wordt door loting uitgemaakt, op wie van die personen bij die nieuwe stemming geen stemmen kunnen worden uitgebracht. Ingeval bij een stemming tussen twee personen de stemmen staken, beslist het lot wie van hen beiden is gekozen.
7. Indien stemmen staken over een voorstel, niet rakende verkiezing van personen, dan wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.
8. Een eenstemmig besluit van alle leden, ook al zijn deze niet in vergadering bijeen, heeft, mits met voorkennis van het bestuur genomen dezelfde kracht als een besluit van de algemene vergadering.
9. Zolang in een algemene vergadering alle leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, kunnen geldige besluiten woorden genomen, mits met algemene stemmen, omtrent alle aan de orde komende onderwerpen – dus mede een voorstel tot statutenwijziging of tot ontbinding – ook al heeft geen oproeping plaatsgehad of is deze oproeping niet op voorgeschreven wijze geschied of is enig ander voorschrift omtrent het oproepen of houden van vergaderingen of een daarmee verband houdende formaliteit niet in acht genomen.

STATUTENWIJZIGING

Artikel 18.
1. In de statuten van de vereniging kan geen verandering worden gebracht dan door een besluit van de algemene vergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijziging van de statuten zal worden voorgesteld.
2. Zij die de oproeping tot de algemene vergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moet tenminste vijf dagen voor de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzake leggen tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden. Bovendien wordt een afschrift als hiervoor bedoeld, aan alle leden toegezonden.
3. Een besluit tot statutenwijziging behoeft tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen, in een vergadering waarin tenminste twee/derde van de leden aanwezig of vertegenwoordigd is. Is niet twee/derde van de leden aanwezig of vertegenwoordigd, dan wordt binnen vier weken daarna een tweede vergadering bijeengeroepen en gehouden, waarin over het voorstel dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde leden, kan worden besloten, mits met een meerderheid van tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen.
4. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. Tot het doen verlijden van de akte is ieder bestuurslid bevoegd.

ONTBINDING EN VEREFFENING

Artikel 19.
1. De vereniging kan worden ontbonden door een besluit van de algemene vergadering.
2. Het bepaalde in de leden 1, 2 en 3 van het vorige artikel is van overeenkomstige toepassing.
3. Bij ontbinding van de vereniging zal, met inachtneming van het bepaalde in artikel 24 boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, over een eventueel batig saldo nader worden beslist door de algemene vergadering welke het besluit tot ontbinding nam.
De bestemming van het eventuele batig saldo zal zoveel mogelijk in overeenstemming met het doel der vereniging dienen te zijn, tenzij door de in dit lid genoemde vergadering anders wordt beslist.